Nieuws
  
01-05-2007
Categorie: Focus mei/juni 2007, Harde knip

Door: Elisa van Hout

Harde knip - zachte knip

Door Elisa van Hout – Steeds meer universiteiten voeren een harde knip in. Ook onze collega’s in Delft zullen er komende september aan beginnen. De PF houdt de harde knip graag buiten de TU/e, en is dan ook blij dat het College van Bestuur heeft toegezegd voorlopig nog geen harde knip in te willen voeren. De discussie blijft echter in volle gang.

Op dit moment is het zo dat studenten, die hun bachelor nog niet geheel hebben afgerond, toch de mogelijheid krijgen al te beginnen aan hun master. Een deficientie van 20 ECTS is nog toegestaan. Wanneer een harde knip wordt gehanteerd zal dit niet meer mogelijk zijn en moet je dus eerst je bachelor afronden voor je door kunt gaan met je master.

Een nadelig gevolg hiervan is dat er onnodige studievertraging wordt opgelopen. Het niet halen van één vak zou je zo een jaar studievertraging kunnen opleveren. Dit brengt bovendien een onredelijke studiedruk met zich mee voor derdejaars studenten. Zij worden dan namelijk gedwongen het derde jaar plus alle eerder opgelopen vertraging in één jaar te doorlopen.

Bovendien maakt de harde knip het veel minder aantrekklijk om activiteiten naast je studie te doen. Met name de activiteiten, die geen volledig collegejaar in beslag nemen, lijden hier onder. En juist die activiteiten zijn zo belangrijk voor het verenigingsleven in Eindhoven.

Een argument, dat door voorstanders van de harde knip wordt gebruikt is dat de scheiding tussen bachelor en master er duidelijker door wordt. Er wordt hierbij van uit gegaan dat een bachelor een volwaardige opleiding is. Bij de hervormingen op de universiteiten werden echter geen twee opleidingen gevormd, maar een brede algemene inleiding gevolgd door een specialisatie naar keuze. De wo-bachelor is zodoende nooit bedoeld geweest als aparte opleiding. Het zou dus ook niet reëel zijn de scheiding tussen bachelor en master duidelijker te maken.

Ook zou een harde knip de mobiliteit van de student moeten bevorderen. De doorstroom binnen de universiteit zelf wordt er echter door bemoeilijkt. Het enige dat er gebeurt is dat het aantrekklijker wordt dan het nu is om ergens anders je master te gaan volgen; van bevordering van de doorstroom is geen sprake en leidt juist tot onnodige vertraging.
Verder wordt als argument gebruikt dat het financieel aantrekkelijk is om de harde knip in te voeren. Dit is echter nog niet bewezen, en bovendien is een universiteit geen leerfabriek. Een dergelijk argument zou dus ten hoogste een ondergeschikte rol mogen spelen in deze discussie.

Samenvattend is de harde knip een maatregel waar de PF niets in ziet. Het belemmert de student te veel in zowel studie als activiteiten, en de voordelen zijn irreëel. Wij hopen dan ook dat het College van Bestuur vast zal houden aan haar standpunt en de harde knip niet zal invoeren op de TU/e.